Longrevalidatie:
Op deze pagina willen we u meer informatie geven over longrevalidatie.
U bevindt zich op de pagina die in de inhoudsopgave zwart dikgedrukt is.

Voor algemene informatie over uw doorverwijzing, klik hier.

Inhoudsopgave:
Programma longrevalidatie | Locatie / bereikbaarheid | Normale werking longen / ademhaling | COPD | Longemfyseem | Astma | Behandeling COPD en astma | Wat te doen na longrevalidatie ?

Behandeling COPD en astma:

Astma en COPD zijn beide chronische aandoeningen, waarbij genezing (nog) niet mogelijk is; behandeling is echter wel mogelijk. Behandelmogelijkheden zijn:

- Stoppen met roken
- Vermijden prikkelende stoffen (met name bij astma)
- Medicijngebruik
- Gezonde voeding
- Beweging

Deze onderdelen komen dan ook allemaal aan de orde in het longrevalidatieprogramma.

Stoppen met roken

Zoals al eerder gezegd: COPD is een chronische ziekte en helaas nog niet te genezen. De schade aan uw luchtwegen en longen kan niet zomaar ongedaan worden gemaakt. Maar: behandelen van COPD is wél mogelijk. Tabaksrook is de grootste boosdoener bij COPD. In 80% van de gevallen wordt COPD veroorzaakt door roken. Stoppen met roken is dus de eerste en meest belangrijke stap van de behandeling. Hoe eerder u stopt, hoe beter, maar het is nooit te laat om te stoppen.

Waarom moet u stoppen met roken?
Sigaretten worden gemaakt van tabak. Wanneer een sigaret aangestoken wordt, verbrandt de tabak. Hierbij komen per sigaret ongeveer 3000 giftige stoffen vrij. Rokers ademen deze schadelijke stoffen steeds maar weer in. In de longen en de luchtpijp zitten trilhaartjes (zie afbeelding 5). De trilhaartjes zijn de schoonmakers van de longen en werken als een soort lopende band: alles wat niet in de longen thuis hoort, wordt verzameld in de vorm van slijm.
Trilhaartjes in de longen.

Het slijm wordt van de ene op de andere trilhaar richting de keelholte vervoerd. Door te hoesten gaat deze verplaatsing nog wat sneller en wordt alle viezigheid uit de longen verdreven. Tenminste, zolang de trilhaartjes hun werk kunnen doen! De schadelijke stoffen die in tabaksrook zitten, zorgen ervoor dat de trilhaartjes voorgoed in aantal afnemen en dat de trilhaartjes die overblijven het minder goed doen. De haartjes liggen er versuft bij en werken nog slecht. Zo kunnen ze nog nauwelijks het slijm uit de longen verwijderen. Alle schadelijke stoffen die in tabaksrook zitten, komen nu in de longen terecht. Met alle gevolgen van dien.

Roken zorgt er ook voor dat de longfunctie sneller en eerder daalt. Des te lager de longfunctie, des te moeilijker het voor u wordt om uw dagelijkse activiteiten op een normale wijze uit te voeren.

Stoppen met roken is meestal niet eenvoudig. Misschien hebt u in het verleden al meerdere pogingen gedaan en is het niet gelukt om van de sigaretten af te blijven. Hopelijk bent u nu extra gemotiveerd om het roer radicaal om te gooien. Lukt het u niet om op eigen houtje met deze gewoonte te breken, dan volgen hier enkele tips:
- Bij de drogist en apotheek zijn diverse hulpmiddelen te koop, zoals nicotinepleisters.
- Veel mensen hebben baat bij een specifiek geneesmiddel om te stoppen met roken. Dit middel zorgt voor de bestrijding van verslavingsverschijnselen. Via uw huisarts is dit middel op recept verkrijgbaar bij uw apotheek.
- Zorg voor persoonlijke begeleiding door een praktijkondersteuner of astma/COPD verpleegkundige.


Vermijden van prikkelende stoffen

Bij veel astma en COPD patiënten zijn de longen extra gevoelig voor prikkels. Sigarettenrook is een bekende prikkel waardoor extra benauwdheid opgewekt kan worden. Astma patiënten die roken, hebben, in vergelijking met gezonde mensen die roken, ook een grotere kans op het ontwikkelen van COPD.
Andere schadelijke prikkels zijn bak- en braadluchten, benzinedampen, parfums, verfluchten, WC luchtverfrissers en luchtvervuiling.


Medicijngebruik

Een belangrijk onderdeel van de behandeling van astma en COPD is het gebruik van medicijnen. De belangrijkste twee groepen medicijnen zijn luchtwegverwijders en ontstekingsremmers.

Luchtwegverwijders
Deze zorgen ervoor dat de spiertjes van de luchtwegen zich ontspannen, zodat de luchtwegen zich kunnen verwijden (= ruimer worden). Het gevolg hiervan is, dat u meer lucht krijgt.
Er zijn 2 soorten luchtwegverwijders; kortwerkende en langwerkende luchtwegverwijders:

Kortwerkende luchtwegverwijders die u inhaleert (= inademt) hebben snel effect. Binnen 5-45 minuten wordt de kortademigheid minder. Voorbeelden van kortwerkende luchtwegverwijders zijn: ventolin, salbutamol/ventolin, bricanyl, atrovent, combivent. Mogelijke bijwerkingen zijn; trillen van de handen, onrust en droge mond.

Langwerkende luchtwegverwijders kunnen bijvoorbeeld uitkomst bieden bij ernstiger klachten in de nacht. Voorbeelden van langwerkende luchtwegverwijders zijn: spiriva, foradil, oxis en serevent. Mogelijke bijwerkingen zijn: hartkloppingen (bij hogere dosis serevent)

Ontstekingsremmers (inhalatiecorticosteroiden)
Dit zijn medicijnen die de ontsteking van de luchtwegen bestrijden en de luchtwegen beschermen tegen prikkels. Na inhalatie zal uw benauwdheid niet direct minder worden. Wanneer u het medicijn echter niet gebruikt, zult u eerder klachten krijgen, omdat er geen beschermlaagje in de longen is gevormd. Voorbeelden zijn: prednison, qvar, pulmicort, flixotide. Bijwerkingen van inhalatiecorticosteroiden kunnen zijn: heesheid of een schimmelinfectie van de mond- of keelholte. Spoel na het inhaleren van deze middelen daarom uw mond met water. Prednison is één van de meest bekende ontstekingsremmers, maar heeft ook een aantal bijwerkingen zoals; toename van de eetlust, het vasthouden van vocht, botontkalking en pijnlijke spieren.

 

Gezonde voeding

Waarom is goede voeding belangrijk bij COPD?
Mensen met COPD verbruiken meer energie bij het uitvoeren van activiteiten dan gezonde mensen. Echter ook wanneer het lichaam niet actief is, ligt het energieverbruik hoger. Ademhalen kost namelijk veel meer energie dan normaal. Daarnaast hebben veel mensen minder eetlust, ze zijn te moe of te kortademig om eten te bereiden, laat staan het op te eten. Het gevolg hiervan kan zijn: gewichtsverlies.
Gewichtsverlies
Gewichtsverlies betekent niet alleen verlies van vet, maar ook verlies van spieren. De spierkracht neemt niet alleen af in de arm- en beenspieren, maar ook in de ademhalingspieren. Dit maakt het ademen nóg moeilijker. Daarnaast kan gewichts-verlies de weerstand verminderen, wat de kans op een infectie weer vergroot. Verder wordt de kans op ondervoeding groter.

Ondervoeding
Er is sprake van ondervoeding als er ongewenst gewichtsverlies is van meer dan drie kilogram in één maand of zes kilogram in zes maanden. Ondervoeding kan ontstaan door te weinig te eten of door te veel hetzelfde te eten. Het kan ook voorkomen dat mensen met een goed gewicht of overgewicht ondervoed zijn; de verdeling tussen spieren en vetweefsel is dan niet goed: te veel vet en te weinig spieren. Je kunt dus niet aan de buitenkant zien of iemand ondervoed is! Ondervoeding heeft een negatieve invloed op de werking van de longen, doordat spiermassa afneemt en de longen minder goed kunnen functioneren. Controleer daarom uw gewicht één of twee keer per maand en noteer dit gewicht. Zo kunt u het gewichtsverloop volgen. De diëtist kan bepalen of u ondervoed bent door uw spiermassa te meten. De spiermassa zegt iets over uw conditie en de voedings-toestand. Om ondervoeding te voorkomen is het belangrijk om een gezonde en gevarieerde voeding te gebruiken.

Gezonde voeding
Iedereen heeft zo zijn eigen ideeën over wat gezonde voeding is. Gezonde voeding is in ieder geval een gevarieerde voeding. Er is niet één voedingsmiddel dat alle voedingsstoffen in voldoende mate bevat. Zorg voor voldoende basisvoedingsmiddelen. Hoeveel basisvoedingsmiddelen u nodig heeft, is onder andere afhankelijk van uw lengte, gewicht, gewichtsverlies, leeftijd en benauwdheid.


In afbeelding 6 staan de gemiddeld aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen per dag in de leeftijd 50-70 jaar. Voor andere leeftijden en meer informatie zie de Schijf van Vijf:

(www.voedingscentrum.nl)


Basisvoeding

Gemiddeld aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen


Vitaminen en mineralen
Mensen met COPD hebben een chronische ontsteking van de longen en hebben méér kans op een acute ontsteking hiervan. Groenten, fruit en vis bevatten voedingsstoffen die goed zijn voor de weerstand en helpen voorkomen dat er ontstekingen ontstaan.

Tips om goed te blijven eten
Mensen met COPD hebben vaak weinig eetlust. Het bereiden van het eten kost vaak al zoveel energie, dat er nog maar weinig energie over is om de maaltijd te gebruiken. Daarnaast maakt kortademigheid, het hebben van een droge mond en extra slijmvorming het eten soms niet gemakkelijk. De tips die hieronder genoemd zijn, kunnen u mogelijk helpen om toch voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen.

Bij kortademigheid:
- rust voor het eten;
- eet vaker op een dag kleine porties;
- gebruik een goede houding- en ademhalingstechniek tijdens het eten;
- eet langzaam en kauw goed;
- eet voedingsmiddelen die makkelijk te kauwen zijn, bijvoorbeeld zacht of vloeibaar;
- maak eenvoudige maaltijden of kant-en-klaar maaltijden;
- krijgt u zuurstof toegediend, ga hier dan tijdens de maaltijden mee door;
- gebruik de hoofdmaaltijden op een tijdstip dat u zich het beste voelt;
- gebruik ontbijt voor het wassen en aankleden.

Bij droge mond:
- kauw het eten goed, dit zorgt voor speekselproductie;
- drink bij iedere hap een klein beetje;
- gebruik jus of saus bij de warme maaltijd;
- beleg uw boterhammen met smeerbaar beleg.

Bij slijmvorming:
Sommige voedingsmiddelen, met name melkproducten, kunnen slijm produceren. Dit slijm is echter ander slijm dan wordt geproduceerd door de luchtwegen. Melkproducten zijn belangrijke leveranciers van eiwitten, voor de opbouw van spieren. Laat deze niet weg uit de voeding, maar:
- drink een slok water na gebruik van een slijmvormend product;
- zure melkproducten, zoals karnemelk, yoghurt, en kwark, geven minder slijmvorming dan gewone melkproducten.

Bij weinig eetlust:
- zorg dat het eten er aantrekkelijk uit ziet;
- kies voor kleine maaltijden;
- zorg voor hapjes en kant-en-klaar maaltijden;
- zorg voor variatie

Tot slot
Een goede voedingstoestand is een absolute voorwaarde om effectief te kunnen trainen; zonder voldoende bouwstenen kunt u immers geen spierkracht of uithoudingsvermogen opbouwen! Zorg er dus voor, eventueel samen met een diëtiste, dat uw lichaam over voldoende voedingsstoffen beschikt om te kunnen bewegen.

Bewegen

Het op een verantwoorde manier bewegen en trainen neemt een steeds belangrijkere plaats in bij de behandeling van astma en COPD. Door op een verantwoorde manier te bewegen is aangetoond dat het uithoudingsvermogen en de spierkracht verbeteren. U kunt hierdoor meer in uw dagelijkse leven, waardoor ook de kwaliteit van leven toe zal nemen. De fysiotherapeut is de aangewezen persoon om u hierbij te helpen. Verder kan de fysiotherapeut u leren om uw benauwdheid op te vangen.
Tijdens de longrevalidatie zult u drie keer per week trainen. Waarom zo vaak? zult u misschien denken: het is zo dat u minimaal twee keer per week moet trainen om uw conditie te verbeteren. Bij drie trainingen in de week zal uw conditie echter nog sneller verbeteren. Het is dus heel belangrijk dat u elke training aanwezig bent!